
Risico’s zichtbaar. Maatregelen onderbouwd.
Een inspectie laat zien wat we aantreffen.
Een risicoanalyse gaat een belangrijke stap verder. We beoordelen welke omstandigheden binnen en rondom uw organisatie kunnen leiden tot plaagdierproblemen, hoe groot de kans daarop is en welke gevolgen dit voor uw organisatie kan hebben.
Daarmee ontstaat een onderbouwde basis voor preventie, monitoring en eventuele beheersmaatregelen.
OK-Pestcontrol kiest bewust voor deze werkwijze. Niet ieder aandachtspunt heeft dezelfde urgentie en niet ieder risico vraagt om dezelfde maatregel.
Wij brengen daarom eerst de risico’s in kaart en bepalen vervolgens samen met u waar prioriteit nodig is.
Doel van de risicoanalyse
Het doel is om objectief te bepalen:
- welke plaagdieren voor uw locatie relevant zijn;
- waar risico’s kunnen ontstaan;
- waardoor die risico’s worden veroorzaakt;
- hoe waarschijnlijk het is dat een probleem ontstaat;
- welke gevolgen een plaagdierprobleem kan hebben;
- welke ruimtes of processen het meest kwetsbaar zijn;
- welke maatregelen nodig en proportioneel zijn;
- welke partij verantwoordelijk is voor uitvoering;
- welke controle en opvolging daarna noodzakelijk zijn.
Een risicoanalyse voorkomt daarmee dat maatregelen uitsluitend worden gebaseerd op een losse waarneming of een standaardpakket.
Van waarneming naar risico
Een openstaande buitendeur is bijvoorbeeld nog geen plaagdierprobleem.
Maar wanneer die deur grenst aan een voedselopslag, regelmatig openstaat tijdens goederenontvangst en zich buiten de deur afvalvoorzieningen of begroeiing bevinden, ontstaat een ander risicoprofiel.
Hetzelfde geldt voor:
- een leidingdoorvoer die onvoldoende is afgedicht;
- lekkage of condensvorming;
- voorraad die rechtstreeks tegen een wand wordt opgeslagen;
- verpakkingsmateriaal dat langdurig blijft staan;
- een afvalcontainer vlak naast het gebouw;
- pallets die van meerdere leveranciers binnenkomen;
- een verlaagd plafond met veel leidingdoorvoeren;
- struiken of beplanting direct tegen de gevel;
- goederen die zonder visuele ingangscontrole binnenkomen.
Juist die samenhang bepaalt het werkelijke risico.
Welke factoren beoordelen wij?
1. Omgeving
We beoordelen de directe omgeving van het gebouw.
Daarbij kijken we onder andere naar:
- aangrenzende bedrijven en terreinen;
- groenvoorziening;
- oppervlaktewater;
- riolering;
- afvalvoorzieningen;
- leegstaande gebouwen;
- voedsel- of diervoederbronnen;
- bouwactiviteiten in de omgeving;
- mogelijke externe populaties.
Het actuele Handboek IPM Knaagdierbeheersing noemt onder andere voedselbronnen, nestel- en schuilmogelijkheden, oppervlaktewater, omliggende risicolocaties en de vraag of de bron van een probleem zich op of buiten het terrein van de opdrachtgever bevindt als relevante onderdelen van de risico-inventarisatie.
2. Bouwkundige risico’s
We beoordelen of het gebouw voldoende weerstand biedt tegen binnendringen.
Onder andere:
- deuren en deurafdichtingen;
- ramen;
- gevelvoegen;
- ventilatieopeningen;
- leiding- en kabeldoorvoeren;
- aansluitingen tussen vloer en wand;
- dakconstructies;
- technische schachten;
- plafonds;
- riolering;
- openingen rond installaties.
Hierbij kijken we niet alleen óf een opening bestaat, maar ook of deze voor een relevante plaagdiersoort daadwerkelijk een toegangsmogelijkheid vormt.
3. Voedsel en water
Plaagdieren hebben voedsel, vocht en geschikte omstandigheden nodig om zich te kunnen handhaven.
Daarom beoordelen we bijvoorbeeld:
- grondstoffen;
- levensmiddelen;
- diervoeding;
- afval;
- morsingen;
- lekkages;
- condens;
- stilstaand water;
- onvoldoende afgesloten verpakkingen;
- moeilijk bereikbare reinigingszones.
4. Schuil- en nestelmogelijkheden
Ook een schoon gebouw kan risico lopen wanneer voldoende schuilplaatsen aanwezig zijn.
We kijken bijvoorbeeld naar:
- loze ruimten;
- verlaagde plafonds;
- technische schachten;
- opgeslagen materialen;
- pallets;
- dozen;
- stilstaande machines;
- buitenopslag;
- begroeiing;
- rommelzones.
5. Goederenstromen
Goederen kunnen een belangrijke route vormen voor insleep.
Daarom beoordelen we:
- ontvangst van goederen;
- leveranciers;
- pallets;
- kratten;
- verpakkingsmateriaal;
- retourstromen;
- tijdelijke opslag;
- laad- en loszones;
- interne verplaatsing van goederen.
6. Afvalstromen
Afval heeft vaak rechtstreeks invloed op plaagdierrisico’s.
Daarom kijken we naar:
- afvalscheiding;
- afvalopslag;
- frequentie van afvoer;
- vervuiling rond containers;
- afstand tussen containers en gebouw;
- open of defecte containers;
- interne afvalroutes.
7. Bedrijfsprocessen
Een risicoanalyse moet aansluiten bij de dagelijkse werkelijkheid.
Een restaurant, voedselproducent, zorginstelling, school en logistiek centrum hebben ieder andere processen en kwetsbaarheden.
Daarom beoordelen we onder meer:
- openingstijden;
- productieprocessen;
- schoonmaakmomenten;
- piekbelastingen;
- nachtelijke activiteiten;
- personeelsbewegingen;
- tijdelijke opslag;
- seizoensinvloeden.
Historie telt mee
Een locatie waar gedurende meerdere jaren steeds op dezelfde plaats muizenactiviteit wordt vastgesteld, heeft een ander risicoprofiel dan een locatie zonder historie.
Daarom kijken wij naar:
- eerdere meldingen;
- terugkerende soorten;
- eerder genomen maatregelen;
- seizoenspatronen;
- veranderingen na verbouwingen;
- eerdere monitoringsgegevens;
- locaties waar herhaaldelijk activiteit werd vastgesteld.
Historische bevindingen maken expliciet onderdeel uit van een professionele PRI volgens het KAD.
Kans × gevolg
Niet ieder risico heeft dezelfde betekenis.
Daarom beoordelen we zowel:
De kans dat het risico zich voordoet
als
De gevolgen wanneer dat daadwerkelijk gebeurt.
Bijvoorbeeld:
Een beperkte kans op muizenactiviteit in een technische opslagruimte kan een relatief beperkt bedrijfsrisico opleveren.
Dezelfde kans in een productieruimte waar open levensmiddelen worden verwerkt kan veel zwaardere consequenties hebben.
Daar kunnen voedselveiligheid, productiecontinuïteit, kwaliteit, reputatie en mogelijke toezichtmaatregelen een rol spelen.
De NVWA heeft in 2026 opnieuw benadrukt dat knaagdieren in omgevingen waar levensmiddelen worden geproduceerd of verhandeld een reële kans geven op insleep en overdracht van ziekteverwekkers en daarmee gevolgen kunnen hebben voor zowel voedselveiligheid als veiligheid van medewerkers.
Risico’s verschillen per branche
Daarom krijgt bij OK-Pestcontrol niet iedere klant hetzelfde schema.
Horeca
Nadruk op keuken, voorraad, voedselveiligheid, afval en toegankelijkheid.
Food
Nadruk op productie, grondstoffen, goederenstromen, kwaliteitssystemen, audits en aantoonbaarheid.
Zorg
Nadruk op kwetsbare personen, veiligheid, discretie en minimale verstoring.
Onderwijs
Nadruk op veiligheid van leerlingen en medewerkers, kantines, opslag en buitenterrein.
Logistiek
Nadruk op insleep via goederen, docks, pallets, magazijnen en retourstromen.
MKB
Nadruk op locatiespecifieke risico’s en een praktische, proportionele aanpak.
Risico per plaagdiersoort
Ook de soort bepaalt de aanpak.
Een huismuis vraagt om een andere analyse dan:
- bruine rat;
- zwarte rat;
- kakkerlak;
- voorraadmot;
- broodkever;
- vliegen;
- mieren;
- wespen;
- vogelproblematiek.
Elke soort heeft een eigen gedrag, leefgebied, voedselvoorkeur, voortplanting en verspreidingswijze.
Daarom beoordelen we risico’s waar nodig per relevante plaagdiersoort.
KAD beschrijft dat op basis van de PRI een strategie per plaagdiersoort wordt vastgesteld voordat een beheersplan wordt opgesteld.
Preventie eerst
Een belangrijk uitgangspunt binnen IPM is dat oorzaken zoveel mogelijk worden weggenomen voordat zwaardere maatregelen worden ingezet.
Dat betekent bijvoorbeeld:
- toegang onmogelijk maken;
- voedselbronnen verwijderen;
- lekkages oplossen;
- afvalbeheer verbeteren;
- schuilplaatsen verminderen;
- goederencontrole verbeteren;
- schoonmaak aanpassen;
- bouwkundige gebreken herstellen.
Voor knaagdierbeheersing schrijft het Ctgb voor dat preventieve en niet-chemische maatregelen voorrang hebben. Chemische bestrijding met bepaalde rodenticiden mag binnen het IPM-systeem slechts als laatste redmiddel worden ingezet.
Drempelwaarden en actie
Een professionele risicoanalyse moet ook duidelijk maken wanneer monitoring overgaat in actie.
Dat betekent dat waar relevant vooraf wordt bepaald:
- wat een normale situatie is;
- welke waarneming als afwijking geldt;
- wanneer extra controle nodig is;
- wanneer preventieve maatregelen worden aangescherpt;
- wanneer daadwerkelijke bestrijding noodzakelijk wordt.
Bij knaagdierbeheersing werkt de actuele NVWA-IPM-aanpak expliciet met vooraf bepaalde drempelwaarden, waarna eerst niet-chemische bestrijding wordt toegepast en alleen onder voorwaarden eventueel chemische bestrijding volgt.
De rol van monitoring
Monitoring is geen doel op zichzelf.
Het is bedoeld om veranderingen tijdig te herkennen.
Daarom bepaalt de risicoanalyse:
- waar controlepunten nodig zijn;
- waarom ze juist daar nodig zijn;
- hoe vaak ze gecontroleerd moeten worden;
- welke plaagdiersoorten relevant zijn;
- welke bevinding aanleiding geeft tot actie.
Een controlepunt zonder duidelijk doel levert weinig informatie op.
De rol van U als klant
Een belangrijk onderdeel van onze risicoanalyse is de praktische kennis van uw eigen organisatie.
Uw medewerkers weten bijvoorbeeld:
- waar regelmatig deuren openstaan;
- waar vochtproblemen voorkomen;
- waar afval zich ophoopt;
- wanneer leveringen plaatsvinden;
- welke ruimten zelden worden gebruikt;
- waar eerder overlast is geweest;
- welke processen veranderen.
Daarom bespreken we onze bevindingen met de verantwoordelijke medewerkers.
Verantwoordelijkheden vastleggen
De risicoanalyse moet uiteindelijk niet alleen vertellen wat er mis kan gaan, maar vooral:
wie wat moet doen.
We maken daarom onderscheid tussen maatregelen die:
OK-Pestcontrol uitvoert
zoals:
- specialistische monitoring;
- verdere determinatie;
- aanvullende inspecties;
- technische plaagdierbeheersing;
- registratie;
- evaluatie en opvolging.
En maatregelen die bij de opdrachtgever liggen, bijvoorbeeld:
- bouwkundige afdichting;
- herstellen van deuren;
- schoonmaak;
- afvalbeheer;
- verwijderen van opgeslagen materialen;
- oplossen van lekkages;
- wijzigen van goederenopslag;
- instructie van medewerkers.
De NVWA benadrukt bij IPM-knaagdierbeheersing dat opdrachtgever en plaagdierbeheerser ieder eigen maatregelen hebben en dat preventieve adviezen van de plaagdierbeheerser daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd.
Prioriteiten aangeven
Niet alles hoeft tegelijk.
Daarom delen we maatregelen logisch in, bijvoorbeeld:
Direct noodzakelijk
Risico vraagt onmiddellijke actie.
Hoge prioriteit
Maatregel moet op korte termijn worden uitgevoerd.
Preventieve verbetering
Geen acute plaag, maar wel een relevante kwetsbaarheid.
Aandachtspunt
Situatie blijven volgen.
Hiermee wordt de risicoanalyse ook praktisch bruikbaar voor facilitair management, technische dienst en kwaliteitsafdeling.
Documentatie
Afhankelijk van de dienstverlening leggen we onder andere vast:
- geconstateerd risico;
- locatie;
- relevante plaagdiersoort;
- mogelijke oorzaak;
- kans;
- mogelijk gevolg;
- urgentie;
- aanbevolen maatregel;
- verantwoordelijke;
- gewenste termijn;
- status van opvolging.
Voor formele IPM-knaagdierbeheersing moet een PRI onderdeel zijn van het logboek en wordt deze gekoppeld aan het plan van aanpak en de maatregelen die door klant en plaagdierbeheerser worden uitgevoerd.
Ook de maatregel zelf kent risico’s
Dit wordt op veel commerciële websites nauwelijks genoemd, maar hoort inhoudelijk wel bij een volwassen risicoanalyse.
Een beheersmaatregel kan zelf gevolgen hebben voor:
- mens;
- dier;
- voedselveiligheid;
- milieu;
- bedrijfsvoering;
- productie;
- klanten of bezoekers.
Daarom beoordelen wij niet alleen het risico van het plaagdier, maar ook welk type maatregel in die omgeving verantwoord is.
KAD noemt het beoordelen van mogelijke risico’s van beheersmaatregelen expliciet als onderdeel van een PRI.
Geen automatische inzet van middelen
Een risicoanalyse is juist bedoeld om te voorkomen dat automatisch wordt gekozen voor bestrijdingsmiddelen.
De volgorde is:
Oorzaak → Preventie → Monitoring → Niet-chemische beheersing → Alleen indien noodzakelijk passende aanvullende maatregelen.
Voor bepaalde rodenticiden is dit bovendien wettelijk strak gereguleerd binnen het IPM-systeem. Preventief of permanent gebruik is niet toegestaan; chemische inzet is alleen toegestaan wanneer de voorgeschreven eerdere stappen onvoldoende resultaat opleveren.
Van risicoanalyse naar plan van aanpak
Na de risicoanalyse is duidelijk:
- wat het probleem of potentiële probleem is;
- waar het risico zich bevindt;
- waardoor het wordt veroorzaakt;
- hoe urgent het is;
- welke maatregelen nodig zijn;
- wie verantwoordelijk is;
- welke opvolging noodzakelijk is.
Daarmee kunnen we de derde stap zorgvuldig opbouwen:
PLAN VAN AANPAK
Van risicoanalyse naar concrete maatregelen.
Daarin zetten we de analyse om naar concrete acties, verantwoordelijkheden, planning, controlemomenten en evaluatiecriteria.
Onze visie:
Niet meer maatregelen dan nodig. Wel de juiste maatregelen op de juiste plaats.
OK-Pestcontrol beoordeelt risico’s voordat we oplossingen adviseren. Zo ontstaat een onderbouwde aanpak die past bij uw organisatie, uw omgeving en het werkelijke risico.